Goud biedt uitstekende bescherming tegen structurele economische crises, zoals periodes van hoge inflatie, schulden- en valutacrises. Daarnaast fungeert het als een veilige haven in tijden van ernstige politieke onrust.
Goud biedt uitstekende bescherming tegen structurele economische crises, zoals periodes van hyperinflatie, schulden- en valutacrises. Daarnaast fungeert het als een veilige haven bij ernstige politieke gebeurtenissen, zoals het uitbreken van een oorlog. In tijden van diepe crises zoeken beleggers vaak hun toevlucht tot goud, omdat het door de eeuwen heen zijn waarde heeft behouden en bescherming biedt. Het is daarom raadzaam om in stabiele tijden een goudbuffer op te bouwen.
Structurele inflatie is vaak de keerzijde van structurele hoge schuldenlast. Geïndustrialiseerde landen kampen al geruime tijd met een oplopende staatsschuld. Waar de Amerikaanse staatsschuld in 1980 nog circa 1 biljoen dollar bedroeg, was deze in juni 2024 opgelopen tot bijna 35 biljoen dollar. Ter illustratie: bij een goudprijs van 60.000 USD per kilo komt dit overeen met bijna 600.000 ton goud, bijna drie keer de totale hoeveelheid die in de loop van de geschiedenis is gewonnen. Het structurele onevenwicht tussen inkomsten en uitgaven, in combinatie met ingrijpende demografische ontwikkelingen, zal de staatsschuld naar verwachting verder doen toenemen.
Hoewel de schulden sterk zijn opgelopen, bleven de rentelasten lange tijd relatief stabiel of daalden zij zelfs. Dit was te danken aan de historisch lage rentetarieven in de afgelopen decennia, waardoor debiteuren bestaande schulden konden herfinancieren tegen steeds gunstigere voorwaarden. Sinds de inflatiegolf van 2021–2023 is deze periode van nul- en zelfs negatieve rentes echter voorbij. Als gevolg daarvan nemen de rentelasten inmiddels aanzienlijk toe. Zelfs in een relatief conservatief scenario zouden de rentebetalingen in de VS tegen 2050 bijna verdubbelen tot 5,7% van het bruto binnenlands product, ongeveer de helft van de totale belastinginkomsten.
De staatsschuld in toonaangevende economieën zoals de VS, Japan, Frankrijk en Italië ligt inmiddels boven de grens van 100% van het bruto binnenlands product, en in sommige gevallen zelfs ruim daarboven. In verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, heeft de staatsschuld niveaus bereikt die voorheen alleen in oorlogstijd voorkwamen. Wanneer ook de verplichtingen van de socialezekerheidsstelsels worden meegerekend, valt de totale schuldenlast nog aanzienlijk hoger uit. Bovendien hebben niet alleen overheden, maar ook bedrijven en huishoudens schulden, die in sommige gevallen aanzienlijk zijn. In veel geïndustrialiseerde landen bedraagt de totale schuldenlast van de samenleving, dus van overheden, bedrijven en huishoudens samen, meer dan 200%, en in sommige landen, zoals Frankrijk, zelfs meer dan 300%. Japan voert de lijst aan met een totale schuld van meer dan 400%.
Er zijn slechts enkele manieren om uit deze schuldenval te ontsnappen. Enerzijds kan men 'uit de schulden groeien' via een langdurige periode van sterke economische groei - een scenario dat, zeker in Europa, weinig waarschijnlijk is. Anderzijds zijn er maatregelen zoals ingrijpende bezuinigingen, een hogere belastingdruk of een aanhoudende vorm van zogeheten 'financiële repressie'. Financiële repressie verwijst naar een situatie waarin de nominale rente lager ligt dan de inflatie, met andere woorden: de reële rente is negatief. Dit verlaagt de rentelasten van de overheid en draagt bij aan een daadwerkelijke vermindering van de schuldenlast. Het is dan ook aannemelijk dat centrale banken zullen proberen de rente opnieuw te verlagen om de reële rente onder druk te houden. Dit creëert doorgaans een gunstige omgeving voor de goudprijs.
Tegenwoordig beschouwen centrale banken een zekere mate van inflatie zelfs als gezond. De ECB streeft naar een jaarlijkse prijsinflatie van 2% voor de eurozone. Daarbij wordt echter vaak over het hoofd gezien dat een inflatie van 2% per jaar de koopkracht van geld in circa 36 jaar halveert. Bij een gemiddelde inflatie van 3% gebeurt dit al binnen 24 jaar. Dit betekent ook dat de reële waarde van bestaande schulden in dezelfde mate afneemt, wat schuldverlichting bevordert ten koste van schuldeisers.
Hoewel de term 'inflatie' tegenwoordig meestal gebruikt wordt als synoniem voor stijgende consumentenprijzen, is het belangrijk om deze taalkundige onnauwkeurigheid nader te duiden. De term komt oorspronkelijk van het Latijnse 'inflare', wat opblazen betekent. Historisch gezien verwees de term naar de expansie van de geldvoorraad, die meestal leidt tot stijgende consumentenprijzen - ook wel 'prijsinflatie' genoemd.
Nicolaus Copernicus schreef meer dan 500 jaar geleden in zijn 'Memorandum over geld en inflatie': „Van de ontelbare kwaden die tot het verval van staten leiden, zijn er waarschijnlijk vier het meest bepalend: interne onenigheid, grote sterfte, onvruchtbaarheid van de grond en de achteruitgang van de munt. De eerste drie liggen zo voor de hand dat niemand ze kan ontkennen. Het vierde kwaad, dat voortkomt uit de munt, wordt echter slechts door weinigen opgemerkt, en dan nog alleen door degenen die er dieper over nadenken, omdat staten niet plotseling ten onder gaan, maar geleidelijk en als het ware onzichtbaar.”

De uitbreiding van de geldhoeveelheid is relatief eenvoudig te realiseren binnen een ongedekt papiergeldsysteem. Sinds het einde van het Bretton Woods-systeem in 1971 zijn vrijwel alle valuta niet langer door goud gedekt. Voorheen ontleenden munteenheden hun waarde en koopkracht (deels) aan een dergelijke gouddekking.
In essentie vergroten centrale banken de geldhoeveelheid door staatsobligaties op te kopen met nieuw gecreëerd geld. Talrijke studies tonen aan dat de groei van de geldhoeveelheid, en daarmee de stijging van de consumentenprijzen, in een papiergeldsysteem aanzienlijk hoger ligt dan in een systeem met gouddekking. Zo lieten Warren Weber en Arthur Rolnick in een grootschalig onderzoek uit 1998 zien dat de gemiddelde inflatie in papiergeldsystemen circa 9,2% bedraagt, tegenover slechts 1,8% onder een goudstandaard.
Met het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is een andere eigenschap van goud opnieuw naar voren gekomen: het biedt bescherming tegen geopolitieke risico’s. In tegenstelling tot overheidsvaluta is goud neutraal. Het bevriezen van de Russische valutareserves als directe reactie van het Westen op de oorlog heeft dit besef versterkt, met name bij niet-westerse centrale banken. Geopolitieke instabiliteit is inmiddels de derde belangrijkste reden voor investeringsbeslissingen van centrale banken. Zo bereikte de vraag van centrale banken naar goud in 2022 een recordniveau van meer dan 1.000 ton, dat in 2023 slechts nipt niet werd geëvenaard. Het eerste kwartaal van 2024 was vervolgens het sterkste eerste kwartaal sinds het begin van de registraties.

Talrijke langetermijnvergelijkingen tonen aan dat goud, ondanks uiteenlopende crises, al eeuwenlang zijn koopkracht behoudt. Zo kon men volgens het Oude Testament in de 6e eeuw voor Christus in het oude Babylon met één ons goud ongeveer 350 broden kopen. Ook vandaag vertegenwoordigt diezelfde hoeveelheid goud nog steeds een vergelijkbare waarde. Een van de meest extreme voorbeelden uit de vorige eeuw is de Duitse hyperinflatie van 1923, toen met slechts 500 gram goud complete huizenblokken konden worden gekocht. Hoewel het spookbeeld van hyperinflatie in Europa zich waarschijnlijk niet opnieuw zal voordoen, onderstreept dit voorbeeld de uitstekende geschiktheid van het gele metaal als waardeopslag en het belang ervan als crisisbestendige pijler binnen een evenwichtige beleggingsstrategie.
Door de geschiedenis heen heeft goud zich bovendien bewezen als een betrouwbare 'rots in de branding' voor beleggers, met name in economisch en politiek onzekere tijden. Goud blijft goud, zowel in stabiele als in turbulente periodes.
