De kroon had een bijzonder kenmerk: hoewel het een zilvervaluta was, gold goud als rekeneenheid. Met de munthervorming in 1892 verving de kroon de gulden en werd zij uitgegeven als 10-kronen- en 20-kronenstuk. Later volgde nog een muntstuk. Ter gelegenheid van het 60-jarig regeringsjubileum van Franz Joseph in 1908 werd een gouden munt van 100 kronen geslagen. Alle drie de kroonmunten tonen het portret van de keizer, die gedurende zijn gehele regeerperiode werd geconfronteerd met de uiteenlopende belangen van de nationaliteiten binnen de multi-etnische staat Oostenrijk-Hongarije. Kronen werden officieel geslagen tot 1915 en dragen ook in de heruitgave dit jaartal.