De euro

Oostenrijk werd in 1995 lid van de Europese Unie. Op 1 januari 1999 legden elf EU-lidstaten de wisselkoersen van hun nationale munteenheden ten opzichte van de euro vast en kwamen zij een gemeenschappelijk monetair beleid overeen. Eind februari 2002 had de euro de nationale munteenheden, waaronder de Oostenrijkse schilling, volledig vervangen. Zowel eurobankbiljetten als euromunten met hun verschillende nationale motieven zijn wettig betaalmiddel in het gehele eurogebied Sinds de invoering van de euro als contant geld in 2002 wordt de euro gebruikt door ongeveer 342 miljoen mensen in de eurozone en heeft zij zich ontwikkeld tot een belangrijke wereldvaluta.

De gemeenschappelijke Europese zijde

De acht euromunten hebben een gemeenschappelijke Europese zijde en een nationale zijde. Daarnaast bestaan er ook nationale zijden van euromunten uit Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad, die geen lid zijn van de Europese Unie, maar op basis van speciale overeenkomsten wel euromunten uitgeven. De motieven op de gemeenschappelijke zijde tonen variaties van de kaart van Europa en zes lijnen die aan beide uiteinden in sterren uitlopen. Het ontwerp is van de Belgische ontwerper Luc Luycx. Ter bescherming tegen vervalsing verschillen de euromunten in afmeting, kleur en rand. Sinds 2007 tonen de munten van 10 cent tot 2 euro een aangepaste kaart van Europa, als gevolg van de uitbreiding van het eurogebied.

De nationale zijde

Wat het ontwerp van de euromunten betreft, heeft de Europese Raad bepaald dat elke munt naast een gemeenschappelijke zijde ook een nationale zijde krijgt. De afzonderlijke lidstaten zijn verantwoordelijk voor het ontwerp van deze nationale zijden, binnen vastgestelde specificaties. Alle munten voldoen aan een hoge gemeenschappelijke technische norm, wat essentieel is voor een probleemloos gebruik in automaten.

2-Euro Stempel

De motieven op de Oostenrijkse muntzijden zijn ontworpen door professor Josef Kaiser van de Universiteit voor Toegepaste Kunsten in Wenen. De keuze van de ontwerpen kwam tot stand via een wedstrijd. De allereerste euromunt werd op 20 november 1998 in Oostenrijk geslagen door de toenmalige minister van Financiën, Rudolf Edlinger. Oostenrijkse euromunten hebben bovendien een bijzonder kenmerk: de nominale waarde staat niet alleen op de gemeenschappelijke zijde, maar ook op de nationale zijde. Op alle euromunten die tussen 1998 en 2002 zijn geslagen, staat het jaartal 2002.

De motieven op de Oostenrijkse muntzijden zijn:

  • 2 euro: Bertha von Suttner, streven naar vrede
  • 1 euro: W. A. Mozart, land van de muziek
  • 50 cent: Weense Secessie, de geboorte van de Art Nouveau
  • 20 cent: Slot Belvedere, barok in Oostenrijk
  • 10 cent: de toren van de Stephansdom, een juweel van de gotische architectuur
  • 5 cent: sleutelbloem, symbool van een gezonde natuur
  • 2 cent: edelweiss, ter herinnering aan de schilling
  • 1 cent: gentiaan, als symbool van een gezonde natuur

2-euromunt als herdenkingsmunt

Elk land in de eurozone kan jaarlijks maximaal twee herdenkingsmunten van 2 euro uitgeven. Deze munten hebben dezelfde technische kenmerken en dezelfde gemeenschappelijke zijde als de reguliere 2-euromunten. Het verschil zit uitsluitend in het ontwerp van de nationale zijde. Alleen de 2-euromunt wordt ook als herdenkingsmunt uitgegeven. Deze munten zijn wettig betaalmiddel in de hele eurozone.